Laatste nieuws

Deel deze pagina

De bougie. Onze bescheiden vonkenmaker.

29-07-2012

boschplaatje

Deze keer wil ik het hebben over de bougie, een van de belangrijkste onderdelen van het ontstekingssysteem, maar vaak toch een beetje onderschat, en ook mede daardoor soms verwaarloosd.
Eigenlijk moet je eerst beginnen bij de ontstekingsinstallatie, om te vertellen hoe de vonk opgewekt wordt.
Maar dat doe ik een volgende keer wellicht nog wel eens.

Door de bobine (ontstekingsspoel) wordt een hoogspanning opgewekt van wel zo'n 10.000-12.000 volt, door deze hoogspanning springt er een vonk over tussen de elektroden van de bougie.
Deze vonk is nodig om het door de carburateur gemaakte gasmengsel in de cilinder te laten ontbranden.

Hoe ziet een bougie er van binnen uit?

Simpel gezegd een metalen omhulsel met de schroefdraad, daarin een isolator van zeg maar porselein, en daar binnen de centrale elektrode.

 
Wat gebeurt er nou precies in de bougie?

De door de ontstekingsspoel opgewekte hoogspanning wordt aangesloten op de aansluit-schroefdraad van de bougie, de hoogspanning wil langs de makkelijkste weg naar massa lopen en kan dat eigenlijk alleen doen via deze centrale elektrode waar hij aan het einde wel een sprongetje moet maken. En dat is het hem nu juist, want daardoor onstaat de door ons benodigde vonk. Als alles goed gaat tenminste, want er liggen een aantal gevaren op de loer voor ons vonkje.

  • Het vooral vroeger beruchte "Pareltje" wat meestal veroorzaakt werd door het lood in de benzine.
    Het loodpareltje maakte kortsluiting tussen de bougie elektrodenen en de vonk was weg.
    Oplossing even het bougieborsteltje er langs halen.
    Het komt nu bijna niet meer voor, omdat er nu geen loodhoudende benzine voor 2 takt-bromfietsen gebruikt wordt.
  • Kortsluiting via de isolatorneus van een door olie en/of roet sterk vervuilde bougie.
  • Een breuk in de isolator.
    Ook dan onstaat er een kortsluitingmet als resultaat geen vonk.
  • Heel soms, (maar het gebeurt nog steeds),
    kan zelfs een splinternieuwe bougie het niet (meer) doen.

Wat is er nu belangrijk om te weten over je bougie?

Een paar belangrijke punten zijn.

  • De elektrode afstand,
    De warmtegraad of warmtewaarde van de bougie.
  • De algemene toestand van de bougie.
     

De elektrode afstand.

1. Deze afstand moet men regelmatig, al naar gebruik van de brommer controleren,en afstellen op de juiste waarde.
Wordt de afstand door slijtage te groot dan is er meer spanning nodig om de vonk te laten overspringen.
Want dit geeft vooral bij het starten moeilijkheden.
Want de spanning blijft door een laag toerental van het vliegwiel gering.
Is de elektrode afstand echter te klein dan wordt ook de vonklengte te klein waardoor het gasmengsel slechter ontstoken wordt.

De warmtegraad.

2. Bij de diverse merken staan er gegevens op hun bougie en dat is meestal de aanduiding van de warmtegraad van de betreffende bougie.
Door de bromfietsfabrikant wordt meestal een bepaald type en merk voorgeschreven, die je dan ook vaak het best kunt aanhouden.
Wil je echter een ander merk gebruiken, dan is het probleem welk type van dat andere merk is gelijk waardig qua warmtegraad aan het voorgeschreven type?

Dan neme men toch de zg. "vergelijkingstabel" om de diverse typen en merken te vergelijken. Dat is een mogelijkheid natuurlijk. Maar al vanaf het begin werd er voor gewaarschuwd dat dit nooit helemaal klopte.
Voor een Puch bijvoorbeeld werd in de jaren 60 een Champion L 86 of L 7 voorgeschreven, nu is dat is uiteraard OK
omdat dit binnen een zelfde merk is dus dat zit wel goed.
Toendertijd kwam deze L 7 bv. in zo'n tabel overeen met bv. een Bosch W 225 T1, of een KLG F 75.
Maar een groter probleem is nu dat we nu zo'n 30 jaar later een heleboel van deze typen niet meer kunnen krijgen of omdat bv (bij Bosch) de type benamingen zijn veranderd.

Omdat je nog wel eens andere bougies tegenkomt leek het mij al zo'n 10 jaar geleden interessant om van onbekende bougies (dus zonder vergelijkingstabel) ongeveer te weten wat voor een warmtegraad het zou kunnen zijn. Dus daar heb ik zelf, een niet wetenschappelijk testje voor ontwikkeld en dat gaat als volgt.
Ik meet met een gewone speld of naald de diepte van de bougieschacht in mm, tot aan de rand van de bougie.
Deze maat geeft dan een indicatie van de warmtegraad van die bougie.
Door deze metingen te vergelijken met wel bekende gelijkwaardige typen,kom je tot een lijstje dat dan toch bruikbaar is geworden.

Warme en koude Bougie

Maar voordat we deze lijst bekijken, moet ik eerst nog even iets vertellen over het verschil tussen een warme en een koude bougie.
Kort gezegd, bij een warme bougie gaat het deel van de warmte die de motor via de bougie aan de cilinder afstaat,
via een langere weg dan bij een koude bougie (dus de motor blijft daardoor wat warmer).
Dit betekent bv. dat een alleen door rijwind gekoelde bromfiets een kouder type bougie nodig heeft.
Een met geforceerde luchtkoeling aangedreven brommer die dus een warmer type nodig heeft.
In de praktijk gebeurt het heel vaak, dat ik in brommers een totaal verkeerd bougietype zie zitten omdat men het type niet weet en die bougie toevallig nog had liggen.
Of dat de bromfietshandelaar zomaar wat gaf omdat hij het ook niet wist. Vandaar dit stukje.

warmkoudplaatje

Wat kan er nou gebeuren als je in je brommer een verkeerde (te koude) bougie monteert?

Nou hij zal niet echt niet stuk gaan of zo dat niet maar deze motor is zoals je weet geforceerd gekoeld.
Dus hij wordt lekker gekoeld door een fris briesje van de ventilator, tevens doet de bougie ook zijn best om de warmte lekker vlot af te voeren.

Wat gebeurt er dus, de motor komt niet lekker op temperatuur en dat is in het algemeen niet goed voor een verbrandingsmotor.
De bedrijfstemperatuur van de bougie bv. moet bij onze 2 taktjes zo ongeveer tussen de 400-800 graden C zitten.
Blijft de temperatuur van de bougie (de zg. zelfreinigingstemperatuur) onder deze waarde. Dan zal deze gaan vervuilen door olie en roet aanslag.
Wordt echter in bv. een rijwindgekoelde bromfietsmotor die een kouder type bougie gebruikt, een te warme bougie gedraaid, dan kan deze bougie te heet worden en met als gevolg parelen en inbranden. En ook misschien wel (bv. bij wind mee) een oververhitte motor (vastloper).
Je ziet wel dat het gevaar voor ons brommerrijders om een te koud type bougie te nemen iets minder risicovol zal zijn dan bij het andere voorbeeld.
Maar motorslijtage door een te koud blijvende motor is ook niet alles.

 

De algemene toestand.

3. De algemene toestand tenslotte, betreft vooral het niet beschadigd zijn, en dan met name de porceleinen isolator, het niet te sterk ingebrand zijn van de electroden, en het niet te veel vervuild zijn van de bougie.

Tot slot.

Dus wat ik maar wil zeggen het lijkt allemaal niet zo belangrijk zo'n simpel bougietje, maar toch....
Uiteraard is over deze schijnbaar simpele bougie nog lang niet alles verteld.
Maar dan zou dit wel een  heel erg lang verhaal gaan worden.

Tot slot een lijstje, om een beetje inzicht te krijgen in de diverse warmtegraden.
Nogmaals het is niet wetenschappelijk, maar ik vertrouw hier meer op dan zomaar blind een bougie pakken.

Bougie lijst
MERK TYPE OPDRUK DIEPTE WARM NORMAAL KOUD
BOSCH W8AC RO948 15 MM X - -
BOSCH W8AC RO645 15 MM X - -
BOSCH W7AC RO545 12 MM X - -
BOSCH W5AC RO848 9 MM - X -
CHAMPION L86 - 15 MM X - -
CHAMPION L86C 394 15 MM X - -
CHAMPION L7 ? ? X - -
DENSO W20 FPR-U 11 MM - X -
EQUEM 850 - 7 MM - - X
ENKER F70 - 11 MM - X -
ENKER F75 - 9 MM - X -
KLG F70 638 9 MM - X -
MARCHALL 35 - 4 MM - - X
NGK B6HS - 11 MM - X -
NGK B8HS - 8 MM - X -
NGK BP6HS - 11 MM - X -
NGK BR8HS - 7 MM - - X

 

Terug